9.1 Jaarresultaat
(bedragen x € 1.000)
| Jaarrekening 2025 | Jaarrekening 2024 | |
|---|---|---|
| Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille | 20.525.885 | 19.891.030 |
| Netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille | 1.168.664 | 1.375.491 |
| Waardeverandering vastgoedportefeuille | 46.958.236 | 7.223.423 |
| Netto resultaat overige activiteiten | 1.187.483 | 4.892.575 |
| Overige organisatiekosten | -2.437.380 | -2.180.224 |
| Leefbaarheid | -1.041.593 | -740.012 |
| Bedrijfsresultaat | 66.361.295 | 30.462.283 |
| Financieringsresultaat | -1.844.532 | -5.781.737 |
| Belastingen | -1.048.175 | -4.493.195 |
| Jaarresultaat na belasting | 63.468.588 | 20.187.351 |
De verdere toelichting van het jaarresultaat staat in hoofdstuk 10 Jaarrekening.
9.2 Meerjarenbegroting
Bij de bepaling van de solvabiliteit en loan to value hanteren de toezichthouders de beleidswaarde als waardebegrip. De beleidswaarde gaat uit van de marktwaarde in verhuurde staat, gecorrigeerd voor de volgende afslagen:
- Eigen huurbeleid: in de marktwaarde wordt uitgegaan van markthuren bij mutatie, maar bij corporaties zijn de huren gemaximeerd en worden streefhuren toegepast;
- Geen verkopen: in de beleidswaarde gaan we uit van doorexploiteren, terwijl de marktwaarde (vaak) uitgaat van verkopen bij mutatie;
- Het eigen onderhoudsbeleid in plaats van marktnormen;
- De hoogte van de eigen bedrijfslasten in plaats van marktnormen;
- Een voorgeschreven disconteringsvoet.

Voor de financiële continuïteit is het van belang dat Wierden en Borgen altijd aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Om te beoordelen of we hieraan kunnen voldoen hanteren we de normen conform het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor de continuïteitsratio’s (ICR, LTV en solvabiliteit) en discontinuïteitsratio’s (dekkingsratio en onderpandratio).
In hierna volgende tabellen staan de ratio’s voor 2025 (realisatie) en de ratio’s uit de meerjarenbegroting. Zowel in het geheel, als voor DAEB en niet-DAEB afzonderlijk, voldoen wij voor de komende vijf jaar aan de normen. Gedurende het jaar monitoren wij belangrijke ontwikkelingen zoals prijs- en renteontwikkelingen en rekenen we dit door in de meerjarenbegroting. Hierover rapporteren we in de tertiaalrapportages.
Financiële kengetallen
| Norm | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Wierden en borgen | |||||||
| ICR | >1,4 | 2,6 | 2,1 | 1,8 | 1,6 | 1,5 | 1,6 |
| LTV beleidswaarde (%) | <70% | 39,4 | 41,4 | 47,7 | 49,2 | 51,0 | 53,9 |
| Solvabiliteit beleidswaarde (%) | >30% | 53,8 | 55,9 | 51,3 | 48,1 | 46,1 | 43,4 |
| Dekkingsratio (%) | <70% | 22,8 | 31,8 | 35,9 | 36,3 | 36,8 | 38,3 |
| Onderpandratio (%) | <70% | 23,5 | 32,6 | 36,8 | 37,1 | 37,6 | 39,1 |
| DAEB | |||||||
| ICR | >1,4 | 2,5 | 2,1 | 1,8 | 1,6 | 1,5 | 1,6 |
| LTV beleidswaarde (%) | <70% | 40,2 | 42,0 | 48,4 | 49,8 | 51,7 | 54,7 |
| Solvabiliteit beleidswaarde (%) | >30% | 53,9 | 55,9 | 51,3 | 48,1 | 46,1 | 43,4 |
| Dekkingsratio (%) | <70% | 23,1 | 32,2 | 36,3 | 36,7 | 37,2 | 38,7 |
| Niet-DAEB | |||||||
| ICR | >1,8 | 25,5 | 12,0 | 25,2 | - | - | - |
| LTV beleidswaarde (%) | <70% | 6,3 | 2,5 | - | - | - | - |
| Solvabiliteit beleidswaarde (%) | >30% | 93,8 | 97,3 | 99,6 | 99,6 | 99,6 | 99,6 |
| Dekkingsratio (%) | <70% | 5,6 | 2,3 | - | - | - | - |
9.2.1 Sturen op (meerjarige) kasstromen en liquiditeiten
De Interest Coverage Ratio (ICR) geeft inzicht in de mate waarin Wierden en Borgen in staat is om de renteverplichtingen op haar schulden te voldoen. De huidige ratio laat zien dat we op zowel de korte als middellange termijn over voldoende kasstromen beschikken om aan onze liquiditeitsverplichtingen te voldoen.
9.2.2 Solvabiliteit, loan to value
De solvabiliteit is een maat voor de financiële weerbaarheid op lange termijn en de loan to value meet in hoeverre de lange termijn verdiencapaciteit van de portefeuille vastgoed in exploitatie in een gezonde verhouding staat tot de schuldpositie. Uit de ratio’s blijkt dat we voldoende vermogen hebben om de huidige en toekomstige verplichtingen en risico’s op te vangen. Er wordt voor de jaren 2026 tot en met 2030 op basis van de meerjarenbegroting naar verwachting binnen de marges geopereerd.
9.2.3 Marktwaarde
Ons vastgoed wordt gewaardeerd op marktwaarde in verhuurde staat. In artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015 (BTIV) is de verplichte waarderingsmethodiek nader uitgewerkt. Dit besluit verwijst naar het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, oftewel het waarderingshandboek.
Om te waarborgen dat dit handboek leidt tot een aannemelijke marktwaarde, wordt het jaarlijks geactualiseerd en op juistheid gecontroleerd. De actualisatie bestaat uit het aanpassen van normen en parameters, zodat deze blijven aansluiten bij de actuele marktomstandigheden. Bij de validatie van het handboek wordt beoordeeld of de berekende marktwaardes logisch en herkenbaar zijn voor alle woningcorporaties, ongeacht provincie of type vastgoed.

In het waarderingshandboek worden twee methoden onderscheiden: de basisversie en de full-versie. Wij hanteren uitsluitend de full-versie, omdat ons bezit zich bevindt in het aardbevingsgebied. Conform het handboek is het gebruik van een full-waardering in dit gebied verplicht. Wij schakelen een taxateur in voor het waarderen van ons bezit, om te waarborgen dat de gehanteerde marktwaarde zorgvuldig en onafhankelijk tot stand komt.
De totale waarde van de totale portefeuille is met € 106 miljoen gestegen naar een waarde van € 1.048 miljoen. Dit betreft een waardestijging van 11,23%.
Deze 11,23% stijging wordt veroorzaakt door de volgende punten:
- De marktontwikkelingen, waarbij leegwaardestijging het grootst is, zorgt voor een stijging van 9,77%;
- De nieuwbouw zorgt voor een stijging van 2,05%;
- De sloop zorgt voor een daling van 0,43%;
- De verkoop zorgt voor een daling van 0,16%.
9.2.4 Beleidswaarde
De beleidswaarde is een waarderingsgrondslag die de waarde van het vastgoed van woningcorporaties weergeeft op basis van sociaal-maatschappelijke uitgangspunten, zoals langdurige exploitatie en betaalbaarheid. Deze waarde wordt gebruikt door toezichthouders, zoals de Autoriteit woningcorporaties (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), voor het beoordelen van de financiële positie van corporaties.
Met ingang van verslagjaar 2024 werd de methodiek voor het bepalen van de beleidswaarde gewijzigd. De belangrijkste aanpassingen waren:
- Langere kasstroomperiode: in plaats van een 15-jarige periode met een eindwaarde wordt nu een kasstroomperiode van 60 jaar gehanteerd zonder eindwaarde;
- Aanpassing disconteringsvoet: er wordt gebruik gemaakt van een sociale disconteringsvoet die beter aansluit bij het risicoprofiel van woningcorporaties;
- Onderhoud op basis van MJOP: onderhoudskosten worden bepaald op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) wat leidt tot een realistischer beeld van de onderhoudslasten;
- Opname van investeringsverplichtingen: verplichte investeringen, zoals het uitfaseren van woningen met energielabel E, F of G, worden expliciet opgenomen in de beleidswaarde.
Daarnaast is de verplichting om de vier afslagen van marktwaarde naar beleidswaarde toe te lichten in de jaarrekening komen te vervallen. Ondanks het vervallen van deze verplichting, tonen wij de afslagen alsnog in de bijbehorende afbeelding, om zo transparant mogelijk inzicht te geven in de opbouw van de beleidswaarde.
Van marktwaarde naar beleidswaarde
(bedragen x € 1.000)
Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:
| Post | Waarde |
|---|---|
| Mw 31-12-2025 | 1.047.873 |
| Beschikbaarh. | -196.653 |
| Betaalbaarh. | -229.289 |
| Kwaliteit | -197.497 |
| Beheer | -30.702 |
| Disconteringsv. | 215.701 |
| Bw 31-12-2025 | 609.434 |
9.2.5 Beleidsmatige beschouwing beleidswaarde van vastgoed in exploitatie
Bovenstaande afslagen betreffen enkel de afslagen op het woningbezit. Van de overige verhuureenheden wordt verondersteld, dat de beleidswaarde gelijk is aan de marktwaarde.
Het bestuur heeft een inschatting gemaakt van het gedeelte van het eigen vermogen dat bij ongewijzigd beleid niet of pas op zeer lange termijn realiseerbaar is. Deze schatting ligt in lijn met het verschil tussen de beleidswaarde van het DAEB-bezit in exploitatie en de marktwaarde in verhuurde staat van dit bezit.
Daling beleidswaarde
Per 31 december 2025 bedraagt de beleidswaarde 58,16% van de marktwaarde. Dit kunnen we op hoofdlijnen als volgt verklaren:
- Wij verkopen ons bezit niet, maar houden het beschikbaar voor verhuur. Hierdoor realiseren we € 197 miljoen minder waarde;
- Verhuren wij ons bezit niet tegen marktconforme prijzen maar volgens ons eigen huurbeleid waarin betaalbaarheid centraal staat. Dit leidt tot een lagere waarde van € 229 miljoen;
- Ons onderhoudsniveau ligt hoger dan dat van commerciële partijen wat de verdiencapaciteit met € 197 miljoen verminderd;
- Ook onze beheerlasten zijn hoger dan bij commerciële vastgoedbeleggers wat resulteert in € 31 miljoen minder waarde;
- De disconteringsvoet van de marktwaarde wordt vervangen door de voorgeschreven disconteringsvoet. Dit heeft een positief effect van € 216 miljoen.
Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde aan het eind van 2025 en de consequenties hiervan voor het eigen vermogen:
(bedragen x € 1.000)
| 2025 | 2024 | |
|---|---|---|
| Marktwaarde verhuurde staat | 1.047.873 | 942.070 |
| Beleidswaarde | 609.434 | 686.097 |
| Verschil marktwaarde verhuurde staat en beleidswaarde | 438.439 | 255.973 |
| Eigen vermogen conform jaarrekening | 778.479 | 715.010 |
| Af: Verschil marktwaarde verhuurde staat en beleidswaarde | 438.439 | 255.973 |
| Eigen vermogen o.b.v. beleidswaarde | 340.040 | 459.037 |
Dit betekent dat circa 56% van het totale eigen vermogen (2024: 36%) niet of eerst op zeer lange termijn realiseerbaar is. Vanwege de schommelingen van (met name) de beleidswaarde is de mate van realisatie onderhevig aan veranderingen.