Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

10.9 Toelichting op de balans per 31 december 2025

Activa

Vaste activa

1a. Immateriële vaste activa

(in €)
Immateriële vaste activa ICT/ software
Cumulatieve verkrijgingsprijs 3.088.011
Cumulatieve afschrijving -1.530.495
Boekwaarde 1 januari 2025 1.557.516
   
Mutaties  
Investeringen 132.260
Afschrijving -602.997
Totaal mutaties 2025 -470.737
   
Cumulatieve verkrijgingsprijs 3.220.271
Cumulatieve afschrijving -2.133.492
Boekwaarde 31 december 2025 1.086.780

1b. Vastgoedbeleggingen

(in €)
  2025 2025
  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie
Stand per 1 januari    
Aanschafprijs 513.787.992 11.541.903
Waardeverandering 416.159.583 580.483
Marktwaarde 929.947.575 12.122.386
     
(Des)investeringen    
Aankopen in DAEB vastgoed in exploitatie    
Herclassificatie van en naar vastgoed in ontwikkeling 19.807.857 -
Investeringen in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering) 31.380.817 15.821
Buitengebruikstellingen en afstotingen - -
Desinvesteringen sloop -1.252.374 -2.045
Desinvesteringen verkoop -664.132 -
Subtotaal aanschafprijs 49.272.168 13.776
     
Waardeverandering    
Aanpassing marktwaarde 91.977.253 510.429
Waardeverandering onrendabele investeringen en herstructureringen - -
Nieuwbouw -4.730.348 -
Verbeteringen -27.640.343 -
Gerealiseerde waardeverandering a.g.v. desinvesteringen sloop -2.709.784 -65.266
Gerealiseerde waardeverandering a.g.v. desinvesteringen verkoop -824.574 -
Overige mutaties - -
Subtotaal waardeverandering 56.072.204 445.163
     
Stand per 31 december    
Aanschafprijs 563.060.160 11.555.679
Waardeverandering 472.231.787 1.025.646
Marktwaarde 1.035.291.947 12.581.324

Uitgangspunten marktwaarde

De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). Hierbij heeft de toegelaten instelling de full versie gehanteerd. In het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ is opgenomen dat de full versie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur, tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

De marktwaarde in verhuurde staat ultimo 2025 (hierna: marktwaarde) is vastgesteld op € 1.048 miljoen. De onderverdeling naar typen vastgoed is weergegeven in de onderstaande tabel.

(in €)
Type Aantal VHE Marktwaarde ultimo 2025 Versie
Eengezinswoningen 5.687 828.787.638 Full waardering
Meergezinswoningen 1.151 181.217.493 Full waardering
Bedrijfsmatig onroerend goed 30 3.221.319 Full waardering
Maatschappelijk onroerend goed 48 5.956.843 Full waardering
Zorgvastgoed (intramuraal) 198 26.640.953 Full waardering
Parkeergelegenheden 287 2.049.025 Full waardering
Totaal 7.401 1.047.873.271 Full waardering

Taxatieproces

Bij gebruik van de full versie dient Wierden en Borgen jaarlijks minimaal een derde van het bezit te waarderen via een volledige taxatie. Voor het overige deel is een interne waardering van de corporatie vereist óf kan een markttechnische update gekozen worden. De te waarderen portefeuille is door Wierden en Borgen (in samenspraak met de taxateur en de accountant) in drie vergelijkbare delen verdeeld, waarbij representativiteit vereist is en waarbij de individuele complexen minimaal één keer in de drie jaar middels een full waardering getaxeerd worden door de externe taxateur.

In 2025 is een derde deel middels een full waardering getaxeerd door de externe taxateur. Voor het overige deel van het bezit heeft een taxatie-update plaatsgevonden.

Wierden en Borgen gebruikt TMS en WALS van Ortec Finance als taxatiesoftware. TMS en WALS zijn beide voorzien van een door een onafhankelijke IT-Auditor (BDO) goedgekeurd assurancerapport.

Vrijheidsgraden

De full versie van het handboek is in de basis gelijk aan de basisversie echter is het mogelijk om op basis van toetsing door een externe taxateur vrijheidsgraden door te voeren. Vrijheidsgraden houden in dat afgeweken kan worden van bepaalde veronderstellingen en parameters uit het handboek. De belangrijkste veronderstellingen in de vrijheidsgraden uit de jaarrekening van voorgaand jaar en van 2025 worden hieronder per categorie vastgoed in exploitatie nader toegelicht. Het management is (met behulp van de taxateur) verantwoordelijk om de vrijheidsgraden te bepalen.

  2025 2024
Parameters woongelegenheden    
Exit Yield doorexploiteren 6,89% 7,14%
Exit Yield uitponden 5,29% 5,67%
Markthuur (gemiddeld) in € 968,42 916
Leegwaarde (gemiddeld) in € 268.715 236.439
Leegwaardestijging (gemiddeld) 15,11% 15,28%
Mutatiekans uitponden 6,88% 6,98%
Disconteringsvoet doorexploiteren 7,38% 7,50%
Disconteringsvoet uitponden 9,03% 9,17%
     
Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed en zorg    
Contractduur bij verlenging nieuw contract in jaren 5 5
Exit Yield doorexploiteren 7,98% 8,02%
Disconteringsvoet doorexploiteren 6,89% 6,90%
Mutatiekosten technisch (gemiddeld) in € 1.383 1.532
Mutatiekosten marketing (gemiddeld) in € 1.530 1.479
     
Parameters parkeerplaatsen    
Markthuur (gemiddeld) in € 50,57 47,99
Mutatiekans doorexploiteren 11,53% 10,00%
Mutatiekans uitponden 11,53% 10,00%
Exit Yield doorexploiteren 9,10% 9,09%
Exit Yield uitponden 7,60% 7,32%
Leegwaarde (gemiddeld) in € 11.488 10.980

Toegepaste vrijheidsgraden

Voor de bedrijfsmatige, maatschappelijke en zorg (BOG-MOG-ZOG) complexen zijn vrijheidsgraden toegepast. Er is gebruik gemaakt van de vrijheidsgraad looptijd na herziening en mutatieleegstand. De mutatieleegstand is aangepast naar een mutatieleegstand van 3 maanden.

Markthuur(stijging)

Voor de wooncomplexen is er een (marktconform) percentage van de leegwaarde toegepast op basis van de huur/leegwaarde tabel van het Generieke Parameter Overleg. Per wooncomplex zijn aan de hand van afstand, oppervlakte, bouwjaar, type woning, transactiedatum en afwerking de best bruikbare huurreferenties geselecteerd. De transacties zijn afgepeld en gecorrigeerd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te maken met de taxeren woningen. De taxateurs hebben per wooncomplex op basis van een referentiewoning met een gemiddelde oppervlakte de markthuur bepaald. Per wooncomplex is door de taxateurs beoordeeld of de markthuur op basis van de tabel gewijzigd moet worden. De taxateurs hebben geconstateerd dat in het getaxeerde gebied woonplaatsen met een kleine omvang een beperkte huurmarkt hebben. Ongeacht de oppervlakte van de woning worden deze veelal onder de liberalisatiegrens verhuurd. De markthuur is in deze gevallen afgetopt op de liberalisatiegrens.

Ten aanzien van de BOG complexen is per verhuurbare eenheid de markthuur afgeleid van recente transacties.

De markthuur voor de parkeercomplexen is afgeleid van recent verhuurde transacties.
Wat betreft de markthuurstijging zijn de afspraken in het handboek gevolgd.

Exit yield

De exit yield is een methode om de eindwaarde in jaar 15 te bepalen (de waarde van de kasstromen vanaf jaar 16). In beginsel wijzigen de taxateurs de exit yield voor wooncomplexen niet. Wanneer deze niet aannemelijk zijn, voeren de taxateurs een eigen exit yield op. Bij 100 van de 329 wooncomplexen hebben de taxateurs een eigen gekozen exit yield opgevoerd. Taxateurs hebben gekozen de eindwaarde voor BOG MOG ZOG en PAR vast te stellen middels een exit yield aangezien dit beter toetsbaar is aan de markt en een duidelijke correlatie heeft met de rendementseis in jaar t=0.

Leegwaarde(stijging)

Per wooncomplex zijn aan de hand van afstand, oppervlakte, bouwjaar, type woning, transactiedatum en afwerking de best bruikbare koopreferenties geselecteerd. De transacties zijn afgepeld en gecorrigeerd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te maken met de te taxeren woningen. De taxateur heeft per wooncomplex op basis van een referentiewoning met een gemiddeld oppervlakte de leegwaarde bepaald. Hierbij is uitgegaan van een sober afwerkingsniveau van de woningen van de complexen. Daarnaast is er voor de leegwaardebepaling (fictief) uitgegaan van eigendom/ langdurig afgekocht erfpacht om hier zodoende in de marktwaardebepaling niet dubbel voor te corrigeren. Per complex zijn de drie tot vijf beste referenties in ons referentieblad opgenomen, gebaseerd op basis van actuele en vergelijkbare referenties.

Voor wat betreft parkeren is een vergelijkbare werkwijze als hierboven toegepast. Wat betreft de leegwaardestijging zijn de vastgestelde percentages van het Generieke Parameter Overleg gevolgd. Deze percentages zijn afgeleid van vergelijkbare gebieden als die van het getaxeerde en zijn aannemelijk bevonden. Voor wat betreft de leegwaardestijging parkeren is uitgegaan van de bevindingen in het handboek.

Disconteringsvoet

Per complex zijn de drie tot vijf beste referenties bepaald, gebaseerd op basis van actuele en vergelijkbare referenties.

Mutatie- en verkoopkans

De mutatiekans is gebaseerd op de 5-jaars historische mutatiegraad van Wierden en Borgen. Afwijkingen ten opzichte van de mutatiegraad in de vorige waardering zijn doorgevoerd overeenkomstig de afspraken uit het Generieke Parameter overleg.

Achterstallig onderhoud

Ten aanzien van het onderhoud is in de waardering uitgegaan van de voorwaarden in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Er is sprake van inrekening van achterstallig onderhoud voor € 0,57 miljoen bij 7 complexen en 35 vhe’s.

Technische splitsingskosten

Conform het Generieke Parameter Overleg worden enkel de eventuele juridische splitsingskosten meegenomen. Technische splitsingskosten zijn niet meegenomen omdat deze niet zijn te bepalen door taxateurs op basis van een geveltaxatie.

Erfpacht

In deze portefeuille is geen sprake van erfpacht.

Overdrachtsbelasting

In de waardering is gerekend met een overdrachtsbelasting van 10,4% (totaal percentage kosten koper is 11,4%). Voor de eindwaarde na jaar 15 die gehanteerd wordt binnen de marktwaarde verhuurde staat berekening is uitgegaan van de overdrachtsbelasting die geldt per 1 januari 2026 van 8,0% (totaal percentage kosten koper is 9,0%).

Zekerheden en beperkingen

Het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie zijn (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Voor deze borgstelling wordt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw een obligo per lening gevraagd. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is onder Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen opgenomen.

WOZ-informatie

De WOZ-waarde bedraagt ultimo 2025 € 1.487 miljoen (2024: € 1.351 miljoen).

Woningen bestemd voor de verkoop

Het aantal woningen behorend tot het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, welke zijn geclassificeerd voor de verkoop bedraagt 462. Het aantal woningen dat naar verwachtingen komend jaar verkocht zal worden bedraagt 17 woningen. De verwachte opbrengstwaarde van deze woningen bedraagt € 4,6 miljoen, de boekwaarde van deze woningen bedraagt € 2,3 miljoen.

De marktontwikkelingen en hun invloed op de marktwaarde zijn opgenomen in het jaarverslag.

Bij de totstandkoming van de cijfers in de jaarrekening zijn een aantal schattingswijzigingen in de marktwaarde in verhuurde staat van de onroerende zaken in exploitatie geëffectueerd.

Om aan te sluiten bij de vereisten zoals geduid in Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 zijn de volgende punten aangepast:

  • Macro-economische parameters ten gevolge van marktontwikkelingen.
  • Parameteraanpassingen en systematiek ten gevolge van validatie Handboek 2024.
  • Methodische wijzigingen ten gevolge van nieuwe rekenregels in het Handboek 2025.

Het bezit is door sloop, nieuwbouw, verkoop en aankopen gewijzigd (voorraadmutaties). Ook is gemuteerd in de objectgegevens in verband met correctie op de gegevens van voorgaand jaar.

De genoemde wijzigingen zijn te classificeren als een schattingswijziging en hebben impact op het vermogen en het resultaat. De impact van deze schattingswijzigingen bedraagt over het boekjaar 2025:

Impact schattingswijzigingen marktwaarde

(bedragen x € 1.000,-)
Marktwaarde 2024 942.070
Subtotaal voorraadmutaties 13.779
Subtotaal mutatie objectgegevens 29.439
Subtotaal mutaties parameters marktontwikkeling 62.585
Marktwaarde 2025 1.047.873

Uitgangspunten beleidswaarde

Vanaf verslagjaar 2024 komen de volgende grondslagen voor de bepaling van beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

Voor de gehele woongelegenhedenportefeuille toepassen van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. De overdrachtskosten worden op 0 gezet. Er is geen sprake meer van eindwaardeberekening maar van een eeuwigdurende benadering door middel het inrekenen van de kasstromen vanaf jaar 15 tot en met 60 jaar.

Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de toegelaten instelling bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en Nationale Prestatieafspraken en prestatieafspraken met gemeenten. De streefhuur wordt geïndexeerd met de prijsinflatie.

Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald op basis van het eigen onderhoudsbeleid en berekend aan de hand van de eigen meerjaren onderhoudsbegroting van de toegelaten instelling voor de componenten instandhoudingsonderhoud en mutatieonderhoud. Deze onderhoudsbegroting bevat de onderhoudsuitgaven voor de komende 60 jaar, voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing zijn verwerkt. De meerjarenonderhoudsbegroting wordt per complex bepaald, waarbij de uitgangspunten worden onderbouwd aan de hand van concrete bronnen, rekeninghoudend met de conditie van de verschillende complexen. De 60-jaarsperiode bevat alle vastgestelde onderhoudscycli; zowel de kortere cycli (als langere cycli zijn opgenomen.

De definitie van onderhoud vanuit eigen beleid is gelijk aan de definitie gehanteerd in de post ‘lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst en verliesrekening in de rubriek ‘Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille’, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de zogenaamde ingrijpende verbouwing.

Inrekening van toekomstige beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten zoals die worden verwerkt onder de post Lasten verhuur en beheeractiviteiten en de post Overige directe operationele lasten in de winst-en-verliesrekening.

Inrekening van noodzakelijke verplichtingen die voortkomen uit wettelijke verplichtingen of landelijke afspraken, zoals het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G. In de marktwaarde zijn deze uitgaven geen onderdeel van het achterstallig onderhoud.

Inrekening van een uniforme, lagere disconteringsvoet (“sociale disconteringsvoet”) in plaats van de marktdisconteringsvoet. De sociale disconteringsvoet wordt jaarlijks in oktober gepubliceerd op de website van de Autoriteit Wonen.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG en parkeergelegenheden is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

De afwijkingen in gehanteerde uitgangspunten, veronderstellingen en gehanteerde disconteringsvoet tussen beleidswaarde en marktwaarde.

  Beleidswaarde 2025 Marktwaarde 2025
Huurprijzen Streefhuur van 75 % van de maximaal redelijke huur.

Gemiddelde beleidshuur € 700,89 per vhe.
Markthuur en maximale huren conform het WWS.

Gemiddelde maximale huur € 1.059 per vhe.
Onderhoudsnorm Kasstromen voor komende 60 jaar vanuit de meerjaren-onderhoudsbegroting.

Gemiddeld € 3.623 per vhe.
Gemiddelde bedragen voor onderhoud per complex met aanpassing van de modelmatige onderhoudsbedragen door externe taxateur.

Gemiddeld € 1.176 per vhe.
Beheerlasten Toekomstige beheerlasten volgens begroting. Gemiddeld € 1.174 per vhe. Marktconforme beheerlasten. Gemiddeld € 987 per vhe.
Achterstallig onderhoud: verplichting EFG-label € 5 miljoen aan verplichtingen ingerekend. Geen verplichtingen EFG-labels ingerekend.
Disconteringsvoet Sociale disconteringsvoet conform handboek modelmatige waardering DAEB 4,22% en Niet-DAEB 4,76%. Marktconforme disconteringsvoet per complex. Verschil tussen disconteringsvoet doorexploitatie en uitpondscenario.

Disconteringsvoet hoogste scenario voor marktwaarde variërend van 6,83% tot 11,65 %.

Specificatie beleidswaarde

  2025 2024
DAEB € 598.372.306 € 673.358.874
Niet-DAEB € 11.061.775 € 12.737.871
Totaal € 609.434.081 € 686.096.746

Sensitiviteitsanalyse

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunten Effect op de beleidswaarde
Disconteringsvoet 0,5 % hoger € 53,6 miljoen lager
Streefhuur per maand € 25 hoger € 41,0 miljoen hoger
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger € 53,9 miljoen lager

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

(in €)
Boekwaarde per 1 januari    
Aanschaffingswaarde per 1 januari 16.651.066 5.423.216
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -7.140.081 -2.370.222
Boekwaarde per 1 januari 9.510.985 3.052.994
     
Mutaties    
Aanschaffingswaarde    
Overboeking naar DAEB-vastgoed in exploitatie -19.807.857 -11.358.418
Investeringen 16.758.386 22.586.268
Totaal -3.049.470 11.227.850
     
Cumulatieve waardeverandering    
Overboeking naar DAEB-vastgoed in exploitatie 4.730.348 2.841.453
Toevoeging -4.047.806 -7.611.312
Totaal 682.542 -4.769.859
     
Totaal mutaties -2.366.928 6.457.991
     
Boekwaarde per 31 december    
Aanschaffingswaarde 13.601.596 16.651.066
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen -6.457.539 -7.140.081
  7.144.057 9.510.985
In het boekjaar werd ter zake van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie geen rente geactiveerd (2024 idem).

Voor een nadere toelichting op het verloop en de samenstelling van de jaarrekeningpost Voorziening onrendabele investeringen wordt verwezen naar de toelichting in noot 8 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

2. Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie

(in €)
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie Bedrijfspanden Inventaris ICT/hardware Vervoersmiddelen Totaal
Cumulatieve verkrijgingsprijs 3.156.523 185.300 655.254 512.862 4.509.939
Cumulatieve afschrijving -1.704.235 -122.167 -429.680 -441.436 -2.697.518
Boekwaarde 1 januari 2025 1.452.288 63.133 225.574 71.426 1.812.421
   
Mutaties  
Investeringen 15.181 4.886 50.199 219.250 289.516
Afschrijving -151.450 -15.320 -52.906 -21.231 -240.908
Totaal mutaties 2025 -136.269 -10.434 -2.707 198.019 48.609
         
Cumulatieve verkrijgingsprijs 3.171.704 190.186 705.453 732.112 4.799.455
Cumulatieve afschrijving -1.855.685 -137.487 -482.586 -462.667 -2.938.426
Boekwaarde 31 december 2025 1.316.019 52.699 222.867 269.445 1.861.030

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs. Afschrijving start op het moment dat een actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De activa ten dienste van de exploitatie worden lineair afgeschreven waarbij de volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:

  • Bedrijfspand 40 jaar
  • Vervoersmiddelen 5 - 8 jaar
  • ICT/ hardware 3 - 5 jaar
  • Inrichting en inventaris 3 - 10 jaar

3. Financiële vaste activa

Deelnemingen (in €)

  2025 2024
WoningNet NV 1.372 1.372
  1.372 1.372
Het belang in WoningNet NV, gevestigd te Weesp, bedraagt 100 aandelen in het geplaatste kapitaal (0,021%) gewaardeerd tegen de aankoopkoers van € 13,72 per aandeel. Deze deelneming is tegen kostprijs gewaardeerd.

Latente belastingvordering(en)

Sinds 1 januari 2008 is Wierden en Borgen voor al haar activiteiten onderworpen aan Vennootschapsbelasting. Tot 2008 was Wierden en Borgen alleen voor haar commerciële activiteiten onderworpen aan Vennootschapsbelasting. Wierden en Borgen heeft de vaststellingsovereenkomst 2 in 2009 ondertekend. De vaststellingsovereenkomst 2 had een looptijd tot en met 31 december 2012. Na deze periode werd de vaststellingsovereenkomst 2 stilzwijgend steeds met 1 jaar verlengd, tenzij een van de partijen voor 1 december had opgezegd. De Belastingdienst heeft de woningcorporaties in november 2022 medegedeeld dat de vaststellingsovereenkomst per 1 januari 2023 is opgezegd. De opzegging had voor Wierden en Borgen een beperkte impact en voornamelijk betrekking op de terug te nemen afwaardering naar lagere WOZ-waarde. Ultimo 2025 resteert een terug te nemen WOZ-afwaardering. Wierden en Borgen heeft er conform belastingjaar 2024 uiteindelijk voor gekozen om in 2025 wederom niet vrijwillig het afwaarderingspotentieel terug te nemen. Dit heeft te maken met het feit dat de Belastingdienst de lijn lijkt te kiezen dat een vrijwillige terugname alleen toegestaan wordt bij zeer geringe bedragen of indien gekozen wordt voor een stelselwijziging waarbij in het nieuwe stelsel geen afwaardering meer plaatsvindt. Bij een stelselwijziging zou Wierden en Borgen in de ogen van de fiscus mogelijk de gehele afwaardering op sloopwoningen terug moeten nemen. Derhalve is ervoor gekozen om vooralsnog geen vrijwillige terugname te nemen van de afgewaardeerde woningen. De toegelaten instelling voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. De toegelaten instelling heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale bepalingen zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling volgen in de vorm van fiscaal afwaarderen van de complexen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’ waardering.

Het saldo betreft latente belastingvorderingen die zijn ontstaan uit hoofde van verschillen tussen de waarde van activa en verplichtingen voor de fiscale resultaatbepaling en de waarde in de jaarrekening. De waarderingsverschillen betreffen de waardering van vastgoed (afschrijvingspotentieel van het vastgoed en vastgoed dat voor verkoop is gelabeld) en de waardering van leningen en derivaten. Latenties worden gewaardeerd tegen contante waarde. Daarbij is uitgegaan van een disconteringsvoet van 2,300% (2024: 2,359%). De balanspost bestaat uit onderstaande latenties.

Per 31-12-2025 (in €)
  Commerciële waardering Fiscale waardering Verschil in waardering
DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 1.047.873.271 765.678.188 282.195.083
Vastgoed in ontwikkeling 7.144.057 53.272.296 -46.128.239
Vastgoed ten dienste van exploitatie 2.947.809 3.994.147 -1.046.337
Totalen 1.057.965.137 822.944.630 € 235.020.507
De balanspost Latente belastingvordering(en) is als volgt opgebouwd:
Per 31-12-2025 (in €)
  Verschil nominaal Verschil contant Realisatie < 1 jaar
Embedded swaption en renteswap derivaat 160.927 160.927 17.172
Afschrijvingen 1.096.073 976.590 131.339
Totaal 1.257.000 1.137.517 148.511
Latente belastingvordering inzake extendible leningen, embedded swaption en renteswap derivaat
(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 178.100 194.606
Mutaties -17.173 -16.506
Stand per 31 december 160.927 178.100
Latente belastingvorderingen inzake afschrijvingspotentieel
(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 1.361.736 2.259.860
Mutaties -385.146 -898.124
Stand per 31 december 976.590 1.361.736
De afschrijvingsruimte ziet op woningen waarvan de fiscale boekwaarde hoger ligt dan de WOZ waarde en die daarom in principe afgeschreven kunnen worden. De latentie is berekend op een looptijd van 10 jaar.

Vlottende activa

4. Voorraden

Overige voorraden

(in €)
  2025 2024
Voorraad materiaal - 244.183
Grondposities 871.280 871.280
Totaal overige voorraden 871.280 1.115.463

5. Vorderingen

Huurdebiteuren

(in €)
  2025 2024
Huurdebiteuren 420.739 799.603
Af: Voorziening wegens oninbaarheid -95.140 -94.504
  325.599 705.099

Voorziening huurdebiteuren

In de vordering huurdebiteuren is een bedrag begrepen van € 17.029 met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. Dit betreft bijzondere betalingsafspraken met huurders.
(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 94.504 106.888
Dotatie 77.272 107.513
Onttrekking -76.636 -119.897
Stand per 31 december 95.140 94.504

Belastingen en premies sociale verzekeringen

(in €)
  2025 2024
Vennootschapsbelasting 5.372.160 2.623.255
  5.372.160 2.623.255

Overige vorderingen

(in €)
  2025 2024
Overige vorderingen 68.919 56.337
  68.919 56.337

Overlopende activa

(in €)
  2025 2024
Overige subsidies 464.451 621.214
Voorschot deurwaarders - 195
Vooruitbetaald diversen 791.382 764.840
  1.255.833 1.386.249
De post Vooruitbetaald diversen bestaat uit de volgende bedragen:
(in €)
  2025 2024
Diverse vooruitbetaalde facturen 625.049 582.222
Vooruitbetaalde facturen inzake De Kr8 163.303 182.539
Overige overlopende activa 3.029 79
Totaal 791.382 764.840

6. Liquide middelen

(in €)
  2025 2024
Bank 3.443.555 4.795.678
De liquide middelen staan volledig ter vrije beschikking.

Passiva

7. Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve

(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 428.081.485 407.650.111
Overboeking van overige reserve 95.192.880 24.805.825
Realisatie uit hoofde van verkoop -824.574 -1.320.971
Realisatie uit hoofde van sloop -2.775.050 -3.053.480
Stand per 31 december 519.674.742 428.081.485

Per 31 december 2025 is in totaal € 520 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2024 € 428 miljoen), zijnde (alleen) de positieve verschillen tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is op basis van full waardering en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 385 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Woningstichting Wierden en Borgen. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerlasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Overige reserves

(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 286.928.730 287.172.756
Resultaat boekjaar 63.468.588 20.187.351
Overboeking naar herwaarderingsreserve -95.192.880 -24.805.825
Realisatie uit herwaarderingsreserve 3.599.624 4.374.448
Stand per 31 december 258.804.061 286.928.730

In de statuten is geen artikel opgenomen inzake de resultaatbestemming. De toegelaten instelling stelt zich tot doel uitsluitend op het gebied van de volkshuisvesting werkzaam te zijn.

Bestemming van het resultaat over het boekjaar 2024

De jaarrekening 2024 is vastgesteld in de RvC vergadering gehouden op 16 juni 2025. De RvC vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.

Voorstel tot resultaatbestemming 2025

Vooruitlopend op de RvC vergadering van 15 juni 2026 is het voorstel om het resultaat aan de overige reserve toe te voegen. Dit is ook als zodanig in deze jaarrekening verwerkt.

8. Voorzieningen

Onrendabele investeringen en herstructureringen

Voorziening onrendabele investeringen

(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 16.798.191 21.319.153
Dotatie 40.838.504 25.772.010
Onttrekking -31.444.355 -29.862.396
Vrijval - -430.576
Stand per 31 december 26.192.340 16.798.191
De voorziening heeft betrekking op de in ontwikkeling genomen projecten. Voor de volgende projecten is een voorziening opgenomen:
(in €)
  2025 2024
Professorenbuurt Bedum - 546.133
Zuiderstraat Middelstum - 1.305.454
Dobbestraat 2e fase Woltersum - 250.922
Munster 2e en 3e fase - 509.433
Ockingeheemlaan 2 t/m 28 19.206 -
Meerstad de Zeilen 2.930.505 -
Voorziening vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 2.949.711 2.611.942
     
Eenrum 24 woningen - 813.232
Damsterweg 5-7, Dorpstraat 25 en 27 Oosterwijtwerd 116.459 394.405
De Hoogte 1-5 & Lissebonsepad 4A B C & 7A B 't Zandt 110.322 781.624
Duurzaam Thuis 2 Deelproject 3 - 2.296.662
EFG Andel, Ulrum, Vierhzn, Wstrnieland,ZK 2.789.976 -
EFG Gron, Nrdwlde, Thsnge, StAnnn,TBoer 1.060.620 -
EFG Rasquert, Beatrixstr Zoutkamp, Baflo 192.217 -
EFG Roodeschool, Stedum 6.118.250 -
Elzenstr 1-5, 2-12 & Esdoornstraat 2-18 UHM Heijmans-project - 1.877.660
Fivelpad 1-13 Zijldijk Heijmans-project 40.442 640.927
Fivelpad 15-25 Zijldijk Heijmans-project 46.172 612.456
Groensingel 62 64 68 Middelstum Heijmans-project - 332.017
J. van Stolbergstraat 18 tm 32 H Lofversstr 33 tm 47 - 109.553
Kwekersweg 35 & Elzenstr 14-18 UHM Heijmans-project - 388.927
Lange Drift 54-70 UHM Heijmans-project - 803.525
Ripperdahof 8-12 Bauwemalaan 7 & 11 Roodeschool - 530.430
Schoolstraat 3-9 Fivelweg 5-7 Zijldijk Heijmans-project 70.880 674.862
Zuster Kortestraat 41-63 Roodeschool Heijmans-project - 1.209.178
Middenweg schoenerstraat Hoogkerk - 657.686
Stadsweg 8 t/m 18 en P. Waijerstr 11 t/m 25a, 37 & 47 - 2.063.105
WLC-buurt Bedum 12.697.292 -
Voorziening investeringen in vastgoed in exploitatie 23.242.629 14.186.249
     
Totaal 26.192.340 16.798.191

Overige voorzieningen

Voorziening Jubilea

(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 228.102 162.306
Vrijval/ dotatie 23.345 83.102
Onttrekking -6.525 -17.306
Stand per 31 december 244.922 228.102
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening is een disconteringsvoet van 2,87% gehanteerd. Het recht op een jubileumuitkering bestaat na 12,5 jaar, 25 jaar en 40 jaar in dienst. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar wordt afgewikkeld is € 6.200,-. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting in de komende 5 jaren wordt afgewikkeld bedraagt € 57.809,-.

9. Langlopende schulden

  2025 2024
Schulden aan overheid (in €)    
     
Stand per 1 januari 2.394.712 2.648.818
Af: Aflossing -261.950 -254.106
Stand per 31 december 2.132.762 2.394.712
Aflossingsverplichting komend boekjaar -270.147 -261.950
Langlopend deel per 31 december 1.862.615 2.132.762
     
Schulden aan banken (in €)    
     
Stand per 1 januari 207.052.355 180.323.999
Bij: Opgenomen gelden 32.500.000 33.500.000
Af: Aflossing -1.330.269 -6.771.644
Stand per 31 december 238.222.086 207.052.355
Aflossingsverplichting komend boekjaar -955.410 -1.237.016
Langlopend deel per 31 december 237.266.676 205.815.339

De marktwaarde van de leningen is de waarde van de leningen waarbij de toekomstige aflossingsverplichtingen contant gemaakt zijn tegen de actuele rentetarieven. De marktwaarde per 31 december 2025 bedraagt € 234.038.885.

Borging door WSW

Ultimo 2025 is er in totaal voor een schuldrestant van € 240.298.144 borging verstrekt door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft twee variabele hoofdsomleningen, voor een totaalbedrag van € 17.400.000, geheel geborgd. Van deze twee leningen is per balansdatum € 14.400.000 getrokken en bedraagt de nog op te nemen ruimte € 3.000.000.

Gemiddelde rentepercentages

Per 31 december 2025 is het gewogen gemiddelde rentepercentage 3,10% en het ongewogen gemiddelde rentepercentage 3,44%.

Gewogen gemiddelde looptijd

Per 31 december 2025 bedraagt de gewogen gemiddelde looptijd 20,08 jaar.

Roll overs

Per balansdatum beschikt Wierden en Borgen over twee leningen met een variabele hoofdsom. Dit betreft een lening van € 2.400.000 en een lening van € 15.000.000 (ruimte per balansdatum € 3.000.000). Hiermee beschikt Wierden en Borgen over toereikende faciliteiten.

Hieronder is de leningportefeuille uitgesplitst naar rentepercentage en naar resterende looptijd.

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar ter hoogte van € 1.148.335 zijn opgenomen onder de kortlopende schulden. Dit betreft de aflossingsverplichtingen exclusief de vrijval van het agio op de Vestiadeal.

(in €)
  2025   2024
Rentepercentages       Rentepercentages      
Roll over 17.400.000   Roll over 5.900.000  
0% - 2% 41.717.686   0% - 2% 41.855.274  
2% - 3% 22.341.915   2% - 3% 22.551.327  
3% - 4% 100.074.499   3% - 4% 76.688.637  
4% - 5% 58.633.913   4% - 5% 59.065.033  
5% - 6% 130.131   5% - 6% 253.285  
> 6% -   > 6% -  
240.298.144   206.313.556  
       
Renteherzienings-periode     Renteherzieningsperiode    
0 tot 6 maanden 26.900.000   0 tot 6 maanden 5.900.000  
6 maanden tot 1 jaar -   6 maanden tot 1 jaar 5.593.258  
1 tot 5 jaar 6.500.000   1 tot 5 jaar 16.000.000  
5 tot 10 jaar -   5 tot 10 jaar -  
10 jaar en langer -   10 jaar en langer -  
33.400.000   27.493.258  
               
Resterende looptijd     Resterende looptijd    
0 tot 1 jaar 4.630.131   0 tot 1 jaar 5.807.365  
1 tot 5 jaar 22.175.335   1 tot 5 jaar 26.947.923  
5 tot 10 jaar 51.983.121   5 tot 10 jaar 28.071.076  
10 tot 15 jaar 35.448.719   10 tot 15 jaar 41.918.156  
15 tot 20 jaar 15.197.285   15 tot 20 jaar 10.205.483  
20 jaar en langer 110.863.553   20 jaar en langer 93.363.553  
240.298.144   206.313.556  
       
Overheid Banken Totaal Overheid Banken Totaal
Vast 2.132.762 218.822.086 220.954.848 Vast 2.394.712 183.018.844 185.413.556
Variabel - 14.400.000 14.400.000 Variabel   5.900.000 5.900.000
Extendible - - - Extendible   10.000.000 10.000.000
Basis - 5.000.000 5.000.000 Basis   5.000.000 5.000.000
2.132.762 238.222.086 240.354.848 2.394.712 203.918.844 206.313.556

Overige schulden

(in €)
  2025 2024
Stand per 1 januari 4.570.454 4.330.331
Waardemutatie -4.570.454 242.803
Waarborgsommen - -2.680
Stand per 31 december 0 4.570.454
De Overige schulden bestond uit de marktwaarde van vier leningen met een optie-element, oftewel leningen met 'embedded derivaten' of 'extendible leningen'. De vier leningen hadden een nominale waarde van in totaal € 10.000.000. De kredietverstrekker had in 2025 een optie om te verlengen tot 2055 tegen 4,795% (nominaal € 5.500.000) en tot 2051 tegen 4,03% (nominaal € 4.500.000). De kredietverstrekker heeft in 2025 beide opties gelicht.

10. Kortlopende schulden

(in €)
  2025 2024
Aflossingsverplichtingen langlopende schulden    
Schulden aan overheid 270.147 261.950
Schulden aan banken 878.188 1.160.206
Vrijval agio Vestiadeal 77.222 76.810
  1.225.556 1.498.966
     
Schulden aan leveranciers    
Crediteuren 4.954.515 4.606.554
  4.954.515 4.606.554
     
Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen    
Omzetbelasting 3.594.353 3.019.752
Loonheffing 218.564 215.641
Pensioenen 76.266 68.195
Premies sociale verzekeringen - 341
  3.889.183 3.303.929
     
Overlopende passiva    
Nog niet vervallen rente leningen 3.165.006 2.525.119
Vakantiedagen 235.095 223.406
Accountantskosten 181.115 150.371
Huurvoorstanden 534.796 456.979
Renteswap derivaat 163.171 244.756
Vooruit ontvangen subsidies 2023/2024 6.139.922 1.847.456
Subsidies Ten Boer en Ten Post 750.281 1.413.144
IMG aardbevingsschades 812.098 695.766
Nog te ontvangen facturen 2.490.398 5.451.247
Servicekosten verrekenbaar 146.924 123.455
Maatregel 12B Nij Begun - 377.910
Overige overlopende passiva 1.722.052 6.599
  16.340.857 13.516.208
Per balansdatum heeft Wierden en Borgen de beschikking over een kredietfaciliteit in rekening-courant bij de Rabobank tot een bedrag van € 500.000,-.

Financiële instrumenten

Algemeen

De toegelaten instelling maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de toegelaten instelling blootstelt aan markt-, valuta-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. Om deze risico's te beheersen heeft de toegelaten instelling een beleid inclusief een stelsel van limieten en procedures opgesteld om de risico's van onvoorspelbare ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten, en daarmee op de financiële prestaties van de toegelaten instelling, te beperken.

Kredietrisico

De toegelaten instelling loopt kredietrisico over leningen en vorderingen opgenomen onder financiële vaste activa, handels- en overige vorderingen, liquide middelen en de positieve marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten. Het bedrag waarover kredietrisico wordt gelopen bedraagt per 31 december 2025 € 11,6 miljoen (2024: € 12,4 miljoen).

Kredietmitigerende aspecten

De vorderingen uit hoofde van de huurdebiteuren ad € 325.599 zijn gespreid over een groot aantal huurders. Op basis van het betalingsgedrag uit het verleden worden hier geen grote risico's verwacht.

Valutarisico

De toegelaten instelling is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico's.

Renterisico

De toegelaten instelling loopt renterisico over de rentedragende schulden bij herfinanciering van bestaande schulden. Dit betreft zowel de vastrentende schulden als de schulden met variabele renteafspraken. Dit risico wordt gelopen ten aanzien van toekomstige kasstromen. Met betrekking tot vastrentende schulden loopt de toegelaten instelling een risico over de marktwaarde. Met betrekking tot een bepaalde variabel rentende schuld heeft de toegelaten instelling een rentederivaat afgesloten waarbij de variabele rente is omgezet naar een vaste rente.

Bij 1% en 2% rentestijging is bij herfinanciering een renterisico van respectievelijk € 548.404 en € 1.096.331 binnen 1 jaar. Bij 1% en 2% rentestijging is bij herfinanciering het effect op de marktwaarde van de leningenportefeuille respectievelijk € 8.634.038 en € 17.293.075. Dit betreft het totale risico op de gehele leningenportefeuille van zowel de vastrentende als van de variabel rentende leningen.

Prijsrisico

De toegelaten instelling heeft geen aandelen in beurs- en niet beursgenoteerde aandelen en loopt derhalve geen prijsrisico.

Liquiditeitsrisico

De toegelaten instelling bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de toegelaten instelling steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft om steeds binnen de gestelde leningconvenanten te blijven.

Niet in de balans opgenomen regelingen en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Gebaseerd op artikel 18 van het Reglement van Deelneming van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) hebben toegelaten instellingen een obligoverplichting naar het WSW. De verplichting is voorwaardelijk. Dit obligo is opeisbaar indien het totale risicovermogen van het WSW onder het garantieniveau (0,25% van het geborgd schuldrestant) daalt.

De obligoverplichting bestaat uit het jaarlijks obligo en het gecommitteerd obligo. De maximale netto omvang van het jaarlijks obligo is vastgesteld op 0,25% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Bij het huidige tarief van 25,8% vennootschapsbelasting resulteert dit in een maximale omvang van het jaarlijkse obligo van 0,3333% bruto. De jaarlijkse obligoheffing wordt verantwoord onder de overige organisatiekosten.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen de deelnemers zeker door middel van een obligolening. De obligolening is een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening die de deelnemer aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van het WSW. De obligolening weegt voor de totale hoofdsom mee in de dekkingsratio en onderpandsratio van de deelnemer.

Jaarlijks stelt het WSW de omvang van het gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Indien nodig verzoekt het WSW de deelnemer vervolgens om de hoogte van de obligolening hierop aan te passen. Wanneer het WSW een beroep doet op het gecommitteerd obligo heeft de deelnemer, naast een trekking op de obligolening, de mogelijkheid om aan dit verzoek te voldoen door storting van liquide middelen dan wel een combinatie van beide.

De toegelaten instelling heeft ultimo 2025 € 5.534.000 aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken. Ultimo 2025 is geen bedrag op de lening getrokken noch heeft storting van liquide middelen plaatsgevonden.

Aangegane verplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, renovatie en sloop van woningen voor een bedrag van € 24,4 miljoen.

Niet-verwerkte activa en verplichtingen

Bijdrageheffing kosten Autoriteit woningcorporaties

In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat toegelaten instellingen moeten betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Aw jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij de toegelaten instellingen een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van het BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure. De bijdrageheffing Aw is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen en een tarief per € 1.000 WOZ-waarde (beide) op 31 december van het voorafgaande jaar.

Heffing voor saneringssteun

De Aw heeft middels een besluit conform artikel 115 BTIV aan de corporatiesector een heffing voor saneringssteun opgelegd. Overeenkomstig de berekeningswijze in artikel 116 BTIV wordt deze heffing verdeeld over alle toegelaten instellingen. Het WSW heeft aangegeven dat op dit moment de verwachting is dat er geen sprake zal zijn van een heffing voor saneringssteun in de jaren 2026-2030.

Juridische claims

Wierden en Borgen heeft tegen de (voormalige) gemeenten Loppersum en Ten Boer procedures aangespannen over de hoogte van de aanslagen rioolheffing vanaf 2014. Voorts is er vanaf 2018 bezwaar aangetekend tegen de aanslagen rioolheffing van de gemeente Groningen in verband met de woningen van Steelande. Per (voormalige) gemeente geven wij in het kort hieronder aan wat de stand van zaken is.

Gemeente Groningen (inclusief voorheen gemeente Ten Boer):

Het Noordelijk Belastingkantoor heeft namens de gemeente in mei 2020 hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak rioolheffing 2014 van de Rechtbank Noord-Nederland. De Rechtbank had de aanslag van 2014 namelijk vernietigd en de gemeente veroordeeld tot terugbetaling van de aanslagen over 2014. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft echter de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard. Inmiddels is door Wierden en Borgen tegen deze uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroep in cassatie is inmiddels middels 81 RO ongegrond verklaard. Met betrekking tot de overige belastingjaren lopen er bezwaarprocedures. Het totale bezwaar tegen de aanslagen t/m 2023 bedraagt inmiddels € 2.469.143.

Gemeente Eemsdelta (voorheen gemeente Loppersum):

Met betrekking tot de belastingjaren 2015, 2016, 2017 en 2019 liepen er procedures. Het totale bezwaar tegen deze aanslagen bedroeg € 911.982. Wij hebben inmiddels een uitspraak van de Rechtbank ontvangen inzake de procedure rioolheffing gemeente Eemsdelta met betrekking tot belastingjaar 2015. In de nadere motivering hadden wij geconcludeerd dat de Verordening rioolheffing gedeeltelijk onverbindend (4,89%) was op grond van strijd met de opbrengstlimiet van artikel 228a Gemeentewet. Enerzijds had dit betrekking op posten die, naar onze mening, achteraf waren toegerekend en anderzijds op het hanteren van een onjuist BTW-tarief. De Rechtbank deelt ons standpunt echter niet en is van mening dat posten versleuteld zijn opgenomen in een grotere post en daarmee wel toerekenbaar zijn. De Rechtbank is echter wel van mening dat een onjuist BTW-tarief is gehanteerd maar verbindt hieraan niet het gevolg dat de verordening gedeeltelijk onverbindend is. Hiervoor is de afwijking volgens de Rechtbank te gering. Ondanks het ongegrond verklaren van het beroep wordt een immateriële schadevergoeding toegekend van € 2.500 en wordt het griffierecht vergoed van € 226,75. Gezien de uitspraak van de Rechtbank en het geringe belang tekenen wij geen hoger beroep aan. Met betrekking tot belastingjaar 2019 heeft Noordelijk Belastingkantoor uitspraak op bezwaar gedaan. De geraamde opbrengsten overstegen de geraamde kosten met 0,88%. De gemeente deelde dit standpunt en de aanslag is dan ook met dit percentage bijgesteld. De aanslag bedroeg € 239.673,25 en is op € 237.582,52 bijgesteld. Een besparing van € 2.090,73. Vanwege het feit dat de gemeente overeenkomstig onze motivering van het bezwaar de aanslag heeft bijgesteld hebben wij inzake 2019 geen beroep ingesteld. De overige nog lopende beroepsprocedures inzake de gemeente Loppersum betreffen de belastingjaren 2016 en 2017. Wij hebben met betrekking tot de belastingjaren 2016 en 2017 vastgesteld dat de gemeente kerken in strijd met de verordening heeft vrijgesteld. Ondanks dat de vrijstelling vanaf 2016 was komen te vervallen heeft de gemeente in de betreffende jaren de kerken bewust niet in de heffing betrokken. Het gevolg hiervan is dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het financiële belang voor de betreffende jaren bedraagt € 225.556 en € 234.566. De stukken in deze zaken zijn inmiddels gewisseld in beroep en wij wachten op een datum voor de te plannen zitting.

Meerjarige financiële verplichtingen

De toekomstige verplichtingen bestaan uit de volgende bedragen en looptijden:
(in €)
    <1 jaar 1-5 jaar >5 jaar
Leverancier Dienst 2026 2027-2030 >2031
Baton Rentals & Finance Lease 2 koffiemachines € 1.560  € 6.240  -
Canon Business Center Noord B.V. Lease printers € 3.648  € 6.080  -
Friesland Lease Lease 10 auto's € 82.038  € 344.960  -
Totalen € 87.246  € 357.280  -